Week van de Borstvoeding: Ieder zijn verhaal!

REGIO. Met de slogan ‘Ieder zijn verhaal’ loopt van 1 tot 7 oktober de Week van de Borstvoeding, een campagne van de federale overheidsdienst Volksgezondheid. Maar krijgen moeders wel de kans om hun eigen verhaal te schrijven en borstvoeding te geven zo lang ze dit wensen?

Borstvoeding is één van de meest effectieve en natuurlijke manieren om de gezondheid en overleving van het kind te waarborgen. Bijna 2 op 3 baby’s krijgen echter niet uitsluitend borstvoeding gedurende de aanbevolen 6 maanden, een percentage dat al twee decennia niet gewijzigd is.

De WHO en UNICEF bevelen aan dat borstvoeding wordt opgestart binnen het eerste uur na de geboorte. Ze werken eraan om het percentage borstvoeding gedurende de eerste 6 maanden te verhogen tot ten minste 50 % in 2025. Maar dit is niet evident. "In België is de realiteit dat vrouwen snel terug moeten gaan werken na hun bevalling", zegt Marlene Reyns, voorzitter VBOV. "Volgens onze huidige Belgische regeling voor moederschapsrust, starten zij terug met werken tussen de 9 en 14 weken na hun bevalling. Als organisatie pleiten we voor meer tijd na de geboorte met de ruimte om borstvoeding te geven."

De return on investment zou groot zijn wat betreft gezondheidswinst en rust waardoor gezinnen zich kunnen aanpassen aan het leven met een pasgeboren baby. "In een eengemaakt Europa zouden we kunnen leren van landen als Duitsland, Oostenrijk, Roemenië, Zweden...", getuigt Joke Muyldermans, werkgroep babyvoeding VBOV. "In deze landen staat het gezin centraal en krijgen vrouwen vaak een jaar of meer tijd na de geboorte, met alle ruimte voor borstvoeding."

Uit cijfers van Kind en Gezin blijkt dat in Vlaanderen 77,6% (Opgroeien, 2021) van de moeders starten met borstvoeding. Na een eerste daling tijdens de eerste weken, meestal door borstvoedingsproblemen, zien we een grote dip rond 15 weken. Uit cijfers van WHO en OECD in 2005 en 2009 blijkt dat rond deze periode nog ongeveer 35-45% van de Belgische moeders borstvoeding gaven. Deze daling loopt gelijk met werkhervatting. Op zes maanden geeft nog 11,1% exclusief borstvoeding. Het is moeilijk te zeggen hoeveel moeders uiteindelijk borstvoeding combineren met werk, aangezien dit niet specifiek bevraagd wordt in onderzoek, maar gezien de felle daling tussen 3 maanden en 6 maanden, en de gelijklopende werkhervatting, zal dit cijfer vermoedelijk niet hoog liggen. Borstvoeding geven en werken blijft een moeilijke opdracht!

belang van borstvoedingsvriendelijke werkgevers

Wettelijk gezien hebben moeders recht op borstvoedingspauzes en zijn Belgische werkgevers verplicht om een geschikt lokaal te voorzien voor moeders die tijdens de werkuren moedermelk willen afkolven. In de praktijk zien we dat veel mama's genoodzaakt zijn om af te kolven op het toilet of in een lokaal dat niet afgesloten kan worden. Dit gebrek aan een comfortabele ruimte is niet bevorderlijk voor het afkolven.

Er zijn ook werkgevers die op eigen initiatief een borstvoedingsvriendelijke werkomgeving creëren, en hiervoor soms ook zaken voorzien die wettelijk niet verplicht zijn. Deze werkgevers steunen jonge mama's en hun partners in hun zoektocht naar een werkbaar evenwicht tussen gezin en werk wat de gezondheid van het gezin alleen maar bevordert.

 Het VBOV pleit om ruimte te geven voor dit verhaal: "De overheid spreekt over het bijzonder belang van de eerste 1000 dagen. Geef de gezinnen dan alvast de tijd om de eerste 200 dagen na de bevalling hun baby te leren kennen zonder dat zij hierbij gestoord worden door werk én met behoud van hun loon. Dit zal de gezondheid van het hele gezin ten goede komen en een stap zetten naar een maatschappij die gezinsvriendelijker is en de nadruk legt op de toekomst waarin we op deze manier effectief investeren." (mb)

 

Lees ook:

Borstvoeding goed voor moeder en kind

SINT-NIKLAAS. Vandaag start in 120 landen de Wereldborstvoedingsweek. AZ Nikolaas zetten in onze regio borstvoeding extra in de verf. Het Wase ziekenhuis draagt borstvoeding hoog in het vaandel....